U heeft niets in uw winkelwagen.

Subtotaal: € 0,00

Kékfrankos - Blaufränkisch Rode wijnen

Van hoog naar laag sorteren

Van hoog naar laag sorteren
Kékfrankos - Blaufränkisch Rode wijnen

Hongaarse wijnen van kékfrankos zijn zeer fruitige en hebben een smaak van zwarte bessen, zoethout en bramen

Intense aroma's van bosbessen. braambes. anijs en zwarte peper. Je proeft zacht versmolten tannine's met een vlotte finale.

Op het middenpallet brengt hij kenmerken van jong zwart fruit met in de afdronk een subtiele kruidige toets.

Het druivenras kékfrankos is één van de meest aangeplante druiven in Hongarije en is ook bekend als blaufränkisch in Oostenrijk, frankovka in Kroatië en lemberger in Duitsland.

De druif creëert wijnen met hoge zuren, goede tannines en diep paarse kleuren.

De druif doet het erg goed in verschillende condities en is daarom ook overal in Hongarije te vinden. De Hongaarse kékfrankos groeit in de wijnregio`s Eger, Szekszárd, Villány en Sopron. Het was ook in deze laatste wijnregio Sopron dat de legende over de naam kékfrankos ontstond.

Kékfrankos is een van de belangrijkste druiven in de blend Bikavér (Stierenbloed).

De Blaufränkisch - ook bekend als Lemberger en Kékfrankos - is een in Oostenrijk, in Hongarije en het Duitse Württemberg een voorname blauwe druivensoort.

Vanaf de Middeleeuwen werd de naam Fränkisch gegeven aan een aantal variëteiten van hoge kwaliteit , dit om het verschil aan te geven met de Heunisch rassen, die van duidelijk mindere kwaliteit werden geacht. Het woord Frankisch komt van Franken, een historische regio in Duitsland in het noorden van Beieren. Een van deze rassen was de druif die we hier bespreken, maar wiens naam toch pas in 1862 officieel werd erkend tijdens een conferentie in de Franse stad Colmar. Een paar later ontstond het Duitse synoniem Lemberger, wat aangaf dat deze druif in Duitsland kwam vanuit het Oostenrijkse dorp Lemberg in de landstreek Stiermarken. In 1890 werd in Hongarije de naam kékfrankos geïntroduceerd, hetgeen een letterlijke vertaling is van het woord blaufränkisch.

Blaufränkisch is een buitengewoon sterke groeier, die dus danig teruggesnoeid moet worden om een goede kwaliteit te krijgen. Het ras heeft een vroege bloei - april - met een relatief late oogst - begin oktober - en dus kan deze druif in sommige gebieden last hebben van vorst. Ook is het gevoelig voor zowel echte meeldauw en valse meeldauw.

Van dit ras maakt men fruitige rode wijnen, die vaak op vat worden gerijpt. Echte bewaarwijnen zijn het echter niet - gebotteld kan de wijn tot 7 jaar bewaard worden.

In Oostenrijk vinden we deze druif vooral in Burgenland en bij het Neusiedlermeer, waar de warmte en de bescherming door de heuvels vaak voor een ideaal klimaat zorgen om mooie wijnen te maken. Met in totaal een oppervlakte van meer dan 3300 hectare is het de tweede blauwe druif in dit land (na de Zweigelt) en het aantal hectaren stijgt en stijgt.

In Hongarije wordt de druif verbouwd in de wijnregio's Eger, Szekszárd, Villány en Sopron met in totaal een beplant oppervlak van meer dan 8000 hectare. Hier heet deze variëteit kékfrankos en is hier mogelijk de beste Hongaarse blauwe druif.

In Duitsland vinden we deze druif in de deelstaat Württemberg rondom Stuttgart met een totaal oppervlakte van ruim 1800 hectare.

Verder komt dit ras voor in het Italiaanse Friuli met bijna 150 hectare, Slowakije met 1800 hectare, in het zuiden van Roemenië (900 hectare), in Noordoost-Kroatië (900 hectare) en zelfs in Canada, de Amerikaanse staat Washington en Japan.